Geneeskrachtige ontspannende auto-gravitatische behandelbank

Couchette KVS-15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

- volgt in vorm de ruggengraat

- strekt (gedoseerd)

- verwarmt

- masseert

 

 

 

 

 

 

 


LET OP!

 

 

 

 

 

 

Ga niet zomaar op de couchette zitten, maar alleen zoals het in de gebruiksaanwijzing is aangegeven en zet er geen zware voorwerpen op!

Het is beslist noodzakelijk onderstaande beschrijving te lezen, alvorens de bank in gebruik te nemen!

 

 

Bij gebruik van de couchette voor preventieve doeleinden, voor ontspanning en herstel zijn geen contra-indicaties gevonden.

De bank is getest en goed bevonden door tal van instanties zoals: de medische afdeling van het Ministerie van Gezondheid, de Academie van Wetenschappen en het Ministerie van Defensie.

De constructie van de couchette is beschermd met patenten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gebruik van de bank voor medische doeleinden mag alleen plaatsvinden onder toezicht van een op dit terrein gespecialiseerde arts.


 

Inhoud

 

1. Inleiding. 3

2. Algemene beschouwing over de pathogenese van osteochondrose van de ruggengraat. 4

Tabel 1. Kenmerken van de lenden-tussenwervelschijven in verschillende stadia van degeneratie. 5

3. Werking van de couchette. 10

4. Klinische indicaties en contra-indicaties bij het gebruik van de couchette KVS-15. 14

4.1 Indicaties. 14

Borststreek. 14

Orthopedische aandoeningen. 14

4.2. Contra-indicaties. 15

Absolute contra-indicaties. 15

5. Beschrijving van de constructie. 17

6. Afstellen van de constructie van de couchette. 18

6.1 Afstellen van de hoofdsteun. 18

6.2 Afstellen van het beenstuk. 18

6.3 Beginafstelling van de veerkracht van de installatie van het beenstuk. 18

7. Werking van de constructie van de couchette. 19

8. Inklappen van de couchette ten behoeve van transport 20

9. Uitklappen van de couchette na transport 21

10. Technische kenmerken van de couchette. 22

11. Afstellen van de couchette op grond van de maten van de gebruiker 23

12. Aanbevelingen bij het gebruik van de couchette. 24

13. Wettelijke aansprakelijkheid van het artikel 26

13.1 Verkeerd gebruik. 26

13.2 Onderhoud en nazorg. 26

14. Garantie. 27

 


1. Inleiding

 

Degeneratieve aandoeningen van de ruggengraat (osteochondrose, spondylose enz.) leiden meestal tot pathologische veranderingen in het organisme van de mens, en de klinische verschijnselen van deze aandoeningen veelal tot chronische ziekten. De meest voorkomende aandoening van deze aard is osteochondrose van de ruggengraat en komt voor bij 30-70% van de mensen tussen 25 en 55 jaar. Door de neurologische symptomen vormen deze patiënten verreweg de grootste groep die een beroep doet op de neuroloog. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid en invaliditeit als gevolg van deze ziekte scoren hoog.

Kortom, degeneratieve dystrofie van de ruggengraat vormt een serieuze schadepost voor de maatschappij, en stelt ons voor een ernstig sociaal probleem.

Deze omstandigheid maakt de noodzaak extra groot op zoek te gaan naar zo effectief mogelijke middelen ter voorkoming of genezing van deze kwalen, en naar de mogelijkheid om apparaten die betrouwbaar zijn gebleken en eenvoudig in het gebruik, verder uit te werken en de toepassing te verbeteren.

Een van de belangrijkste manieren om aandoeningen aan de ruggengraat te bestrijden, zo is gebleken, is het herstellen van de oorspronkelijke elasticiteit van de tussenwervelschijven. Dit gebeurt door ze te terug te brengen op hun oorspronkelijke grootte, te zorgen voor een optimale doorstroming van voedsel, voor herstel van de bloedvoorziening om infiltraten en overbodige zouten te verwijderen en door de voorwaarden te scheppen die nodig zijn voor de genezing van de breuk.

Dit wordt bereikt door in de juiste dosering de ruggengraat uit te rekken. Doorslaggevend bij deze methode is dat de strekking plaatsvindt bij een anatomisch precieze vorm met de exacte graad van kromming van de ruggengraat van de betreffende patiënt. De genezing wordt bevorderd door lichte vibratie en door warmte toe te voegen.

Voor deze behandeling kan de KVS –couchette gebruikt worden.

 

De medisch-technische eigenschappen van de bank maken hem geschikt voor toepassing op brede schaal:

-          in crèches, op scholen en andere onderwijsinstellingen

-          in tehuizen voor invaliden en bejaardenoorden

-          in sanatoria en kuuroorden

-          in poliklinieken (zowel voor kinderen als volwassenen), ziekenhuizen en andere medische instellingen

-          in militaire hospitalen, instellingen van het Ministerie voor Noodgevallen en Binnenlandse Zaken

-          bij profsport

-          in gymnastiek-, fitnes- en schoonheidscentra

-          bij commerciële geneeskunde

-          privé toepassing thuis, op reis, op vakantie

-          in arbeidscollectieven (op de werkplek)

 

 

 

De gebruiksaanwijzing voor de couchette KVS-15 is opgesteld door de ontwerper van het apparaat V.S. Kostanbajev (kandidaat in de technische wetenschappen), hoofdstuk 2 t/m 4 door Ju.B. Moisejev (doktor in de medische wetenschappen).


2. Algemene beschouwing over de pathogenese van osteochondrose van de ruggengraat.

 

Er zijn veel theorieën in omloop over de oorzaak en mechanismen die leiden tot het ontstaan en ontwikkelen van degeneratieve ziekten van de ruggengraat, zoals osteochondrose. Uit onderzoek blijkt dat de meeste theorieën twee fundamentele oorzaken naar voren brengen:

-          cruciaal voor de pathogenese van dit ziektebeeld blijkt de degeneratie van de tussenwervelschijf te zijn, en als gevolg daarvan de aantasting van zijn biomechanische eigenschappen.

-          Als belangrijkste reden voor de degeneratie van de schijf komt naar voren: de discrepantie tussen de belasting van de ruggengraat en zijn functiemogelijkheden, d.w.z. een absolute of relatieve overbelasting van de wervelkolom. Let wel: de redenen voor deze discrepantie kunnen heel uiteenlopend zijn. Globaal kun je ze in drie groepen verdelen:

a) algehele vermindering van de conditie van de ruggengraat en het organisme van de patiënt (bijvoorbeeld door al dan niet genetische aantasting van de stofwisseling in de tussenwervelschijf; onvoldoende ‘spiertalent’ – defecten in de coördinatie van bewegingen, enz.) bij een gewone belasting van het steun-en bewegingsapparaat;

b) verhoging van de stato-dynamische belasting bij normale functionele capaciteit van het organisme;

c) vermindering van de functionele capaciteit van de ruggengraat bij een verhoging van de stato-dynamische belasting.

In het algemeen wordt de pathogenese van degenerarieve ziektes, met name osteochondrose, als volgt voorgesteld: door een belasting die de capaciteit van de wervelkolom en vooral de tussenwervelschijf te boven gaat, treedt in de pulpa-kern van het meest belaste bewegende segment (of segmenten) van de ruggengraat een versnelde slijtage op van mucopolysacchariden die onontbeerlijk zijn voor een gezonde hydratatie van de kern en zijn biomechanische eigenschappen. Het celmateriaal van de kern raakt na een reeks compensatiepogingen uitgeput en het gebrek aan mucopolysacchariden eist zijn tol. Daardoor neemt de turgor van de kern een beetje af, vermindert de oorspronkelijke druk in de schijf en daarmee de schokbrekerskwaliteit van de tussenwervelschijf. Enkele morfologische en biomechanische eigenschappen van de tussenwervelschijven zijn in verschillende stadia van degeneratie in tabel 1 opgevoerd.

Vermindering van de schokbrekerscapaciteit leidt ertoe dat bij een gewone belasting de tussenwervelschijf meer in elkaar gedrukt wordt dan normaal en kleiner wordt (een teken van overbelasting van het bewegende deel van de ruggengraat). Omdat de kern nu niet meer in staat is de noodzakelijke binnendruk te leveren, krijgt de annulus fibrosus niet de normale prikkel om aan te spannen. De tussenwervelschijf waarvan het stadium van degeneratie schommelt tussen 0 en 1, ‘verlept’ als het ware, de verbinding met de andere wervels verliest aan kracht en hun onderlinge beweeglijkheid neemt een beetje toe. In veel gevallen leidt de toegenomen amplitude van wervels die door een grotere beweeglijkheid in het horizontale vlak ten opzichte van elkaar verschoven zijn, tot een irritatie van de uiteinden van de efferente en afferente zenuwen in de annulus fibrosus van de tussenwervelschijf en van de paravertebrale spieren die voor een reflexreactie zorgen. Deze reflex is gericht op vermindering van de toegenomen abnormale beweeglijkheid in het veranderde beweeglijke deel van de ruggengraat, wat in principe een negatief effect kan hebben op het aangrenzende deel van het ruggenmerg en de ruggenmergzenuwen, en is dus een blijk van de beschermende functie van de ruggengraat. Aanhoudende inspanning van het paravertebrale spierstelsel leidt tot fixatie van de aangrenzende wervels in het aangetaste segment en resulteert in overbelasting en uitputting van de spieren, verstoring van hun afwisseling en onaangename verschijnselen voor de patiënt – van licht ongemak tot een matige vorm van voordurende, zeurende pijn.

 

In dit beginstadium ontwikkelt zich soms nog iets anders: een heftige aanval van pijn. Tijdens draaibewegingen, vooral bij draaien in combinatie met bukken of tillen (maar soms alleen door hoesten of een kleine inspanning), kan er door de verhoogde beweeglijkheid in het veranderde beweegbare segment plotseling een wervel verschuiven. Vaak resulteert die verschuiving in een zogenaamde blokkade van het tussenwervelgewricht, wat soms gepaard gaat met een hoorbare klik. Onder blokkade wordt in zo’n geval verstaan: de fixatie van de wervels van het beweeglijke wervelsegment in de uiterste gebogen stand (opzij of naar voren), tegelijk met de rotatie van de wervels in de richting van de naar buiten stekende schijf. Met als gevolg het zogenaamde ‘stut-effect’: de pulpakern verschuift naar de dorso-mediale of -laterale zijden van de tussenwervelschijf bij een buk- of een buk- en draaibeweging. Zo’n combinatie van elkaar blokkerende elementen van het segment schept en fixeert de overbelasting ervan, en maakt dat de annulus fibrosus van de schijf naar voren steekt. Als nu die úitstekende annulus fibrosus (wat men ‘protrusie’ noemt) de ruggenmergzenuw raakt waar die tevoorschijn komt, kan die prikkeling leiden tot de daarbij horende klinische verschijnselen.

 

Tabel 1. Kenmerken van de lenden-tussenwervelschijven in verschillende stadia van degeneratie

 

stadium van degeneratie

morfologische kenmerken

gemiddelde binnendruk in de schijf, kg/cm2

binnendruk in de schijf, %

0

gelei-achtige substantie van de pulpakern. De halfvloeibare kern laat makkelijk los van de ring. De annulus fibrosus is stevig, elastisch, glimmend.

2,7

100

1

de kern is dikker en gefibroseerd. De grens tussen de pulpa-kern en de annulus fibrosus is nog voldoende scherp.

2,0

74,1

2

de grenzen van de kern vervagen. De elasticiteit van de annulus fibrosus is afgenomen. De ring vertoont hier en daar spleten.

1,3

47,4

3

op doorsnede vertoont de tussen-wervelschijf een gefibroseerde massa vol holtes en spleten in de pulpakern en de annulus fibrosus. Het verschil in structuur tussen de kern en de ring is praktisch niet te onderscheiden. In de zone van de kern ziet men dikke knopen kraakbeenweefsel en aan de rand van de weefsels rondom de schijf osteofyten.

0,6

22,2

 

In de regel is dit zeer pijnlijk. In een reflex schieten de paravertebrale spieren in een kramp, en niet alleen ter plekke van het geïrriteerde beweeglijke segment, maar ook eromheen. Als de annulus fibrosus asymmetrisch uitsteekt en de zenuw aan één kant geprikkeld wordt, dan is de spierkramp ook asymmetrisch. Als de stuip hevig is kunnen ook andere spieren van het lichaam verkrampen, wat behalve pijn een aanzienlijke organische overbeweeglijkheid oplevert.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De fysiologische zin van deze reflexreactie is het voorkomen van mogelijk verdere verschuivingen van de wervels ten opzichte van elkaar in het horizontale vlak, preventie van het ontstaan van ‘protrusie’ (het uitsteken) van de schijf en vermindering van de prikkeling van de zenuw. Tegelijkertijd speelt de spierkramp in de eerste uren of dagen van de aanval niet alleen een positieve, maar ook een negatieve rol door het vasthouden van de in wezen antifysiologische positie van de elementen van het beweeglijke wervelsegment, wat gepaard gaat met waarneembare klinische symptomen en vooral pijn.

 

oog

traanklieren

slijmvlies

neus- en keelholte

speekselklieren

 

slijmklieren

slijmvlies van de mond

schildklier

hart

luchtpijp

bronchiën

longen

maag

 

 

 

lever, galblaas

bloedvaten van de buik

alvleesklier

bijnieren

 

dunne darm

dikke darm

nieren, urineleiders

blaas

 

geslachtsorganen

 

 

De pijn roept spasmen op in de musculatuur, waardoor de pijn in stand wordt gehouden. Zo ontstaat er als het ware een vicieuze cirkel. Het lukt alleen die te doorbreken met een doelgerichte behandeling, of met een streng regime en bedrust.

Door het proces te lokaliseren, d.w.z. door vast te stellen welke zenuw geprikkeld wordt, kunnen andere klinische manifestaties begrepen worden (zie tekening 1). Zo kunnen bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van een aandoening in de thoracale segmenten van de bewegende delen van de wervels de zenuwen betrokken zijn die ook een rol spelen bij signalering van pijn bij stenocarditis (angina pectoris).

Een streng regime, bij voorkeur in bed, doet in de meeste gevallen de klinische verschijnselen van de aanval geleidelijk verdwijnen of in ieder geval drastisch verminderen. Doelgerichte behandeling versnelt vanzelfsprekend het proces van genezing. Essentieel hierbij is het wegnemen van de belasting van het aangetaste beweeglijke wervelsegment (zoals bekend is de binnendruk in de schijf in liggende positie 1,5 maal lager dan in staande, en 2 tot 2,5 maal lager dan zittend). Als de annulus fibrosus zijn elasticiteit bewaart, verdwijnt de protrusie van de schijf. Daarom heet dit eerste stadium van osteochondrose van de ruggengraat de periode van de mobile protrusies. De irritatie van de zenuw neemt af, de kramp wordt minder, en de onderlinge positie van de elementen van het beweeglijke wervelsegment normaliseert min of meer, de pijn en bewegingsbeperking verdwijnen of verminderen. Welnu, in dit eerste stadium van osteochondrose vindt het volgende plaats:

1.        overbelasting van één of meer bewegende wervelsegmenten, absoluut of relatief.

2.        periodiek ontstaan van mobile protrusies

3.        asymmetrische spasme van de paravertebrale spieren

4.        zekere bewegingsbeperking van de romp, vooral ter plaatse van het aangetaste beweeglijke wervelsegment

5.        gevoelens van discomfort in de omgeving van het aangetaste segment.

Er kunnen ook nog andere verschijnselen optreden ten gevolge van de irritatie van de ruggenmergzenuw ter hoogte van het aangetaste beweeglijke wervelsegment.

In het beginstadium van osteochondrose doen de pijnaanvallen zich nog betrekkelijk zelden voor en de perioden van remissie, als de klinische symptomen ontbreken, duren lang.

Bij een tijdige behandeling en zorgvuldige voorzorgsmaatregelen kan het proces lang in dit stadium gehandhaafd blijven.

Zoals we al hebben opgemerkt, is de wervelkolom een systeem dat als één geheel functioneert. Een chronische overbelasting van maar één beweeglijk wervelsegment leidt al in het eerste begin van de ziekte tot aanpassing in de hele ruggengraat. Zo beperkt een blokkade van het aangetaste segment de functionaliteit aanzienlijk. Een deel van die functie wordt overgenomen door een ander segment dat als gevolg daarvan overbelast raakt en op zijn beurt na en tijdje ten prooi valt aan het degeneratieve proces. Het gaat hierbij niet zozeer om het naastgelegen segment, maar om ontwikkelingen die met de functionaliteit te maken hebben. Als voorbeeld hiervan dient het beweeglijke wervelsegment Occ –C2 dat is verbonden met de hals-borstovergang (C7 –T1), het borstdeel (T3 –T4), de lenden-heiligbeen-overgang (L4 –S1) en het lendenendeel (L2 – L4). Àlle beweeglijke wervelsegmenten hebben zulk soort verbanden. Dit benadrukt nog eens het belang van een tijdige behandeling van de ziekte. De juiste aanpak van het aangetaste segment in een vroeg stadium blijkt preventief te werken voor de daarmee samenhangende nog niet aangetaste segmenten.

We zien dat al in het beginstadium van de ziekte de steun-, bescherm- en bewegingsfuncties van de ruggengraat te lijden hebben. Wat betreft de metabolische functie van de wervelkolom, die is bij degeneratieve aandoeningen niet doelgericht onderzocht en het is niet mogelijk daar een uitspraak over te doen.

Verder is bij een voortdurende relatieve overbelasting van de ruggengraat gebleken dat het proces van degeneratie in de aangetaste segmenten toeneemt. De mate van degeneratie van de schijf schommelt tussen 1 en 2, maar belandt in een aantal gevallen ook in 3. De overbelaste delen van de wervels reageren typisch op de verhoogde druk op de dekplaten van de schijf: de perifere zone van deze vlakjes dijt uit (z.g. randuitzetting), waardoor het oppervlak vergroot en de druk op de vlakjes vermindert. Dit uitzetten is van klinische betekenis voor de halsstreek, omdat de bloedsomloop in de wervelslagaderen verslechtert. In andere delen van de wervelkolom spelen deze benige veranderingen geen rol.

De degeneratie van de schijf neemt toe. De kern raakt zijn hydrostatische eigenschappen kwijt. Met als gevolg dat de tussenwervelschijf zijn vermogen verliest adequaat te reageren op de axiale belasting. De annulus fibrosus moet weerstand bieden aan een chronische verticale overbelasting, waarop hij niet gebouwd is. Deze overbelasting versnelt de degeneratie van de ring (=annulus fibrosus), de binnenste vezels beginnen te scheuren en de scheur bereikt langzaam de buitenste regionen. Door zulke scheuren kan het materiaal van de kern in de perifere delen van de schijf doordringen. Bij een kleine belasting van buitenaf stroomt het materiaal van de kern in de scheuren, waarop het dun geworden eind van de annulus fibrosus stevig naar buiten gaat steken.

Deze gebeurtenissen lijken op het eerste gezicht op het effect van de eerder beschreven mobile protrusies. Maar anders dan in het beginstadium van de ziekte, blijven de protrusies van de tussenwervelschijf in deze fase praktisch onveranderd. Omdat de uitsteeksels van de ring los staan van de acute ontwikkeling van de ziekte, heet deze fase de periode van de gefixeerde protrusies. De klinische fase wordt niet meer gekenmerkt door het verschijnen of verdwijnen van uitstulpingen, maar door hun omvang: worden ze groter of kleiner, en ook door de lokalisatie van deze pathologische ontwikkeling. De groei van de protrusies en de daarmee samenhangende verergering van de ziekte wordt bevorderd door de blokkaden in de aangetaste beweeglijke werveldelen, waarvan de mechanische ontwikkeling lijkt op het hierboven beschrevene.

Het doordringen van de kernmaterie in de scheuren van de annulus fibrosus heeft nog andere gevolgen. Aangezien zich in de buitenste lagen van de ring de gevoelige uiteinden van de wervelzenuw bevinden, zal de mechanische irritatie daarvan door het binnendringen van de massa van de pulpa-kern tot de bijbehorende symptomen leiden (pijn, spierkramp e.d.). Vervolgens, als deeltjes van de materie van de kern achterblijven in een scheur van de ring, ontwikkelt zich daar een reactieve aseptische ontsteking en treden immuun-mechanismen in werking. In de exsudatieve fase van de ontsteking raken de gevoelige uiteinden van de wervelzenuw geïrriteerd door weefsel- afvalproducten, wat pijn tot gevolg heeft en een reflexmatige stuiptrekking.

De proliferatieve fase van de ontsteking wordt gekenmerkt door autolyse van het kapotte weefsel en andere afvalproducten. Het exsudaat verdwijnt, de pijn neemt langzaam af. De proliferatie gaat over in regeneratie van het bindweefsel door de ontwikkeling van een bindweefsel-litteken.

Zo zijn in de tweede fase van de ziekte de klinische verschijnselen uitgesprokener, en hebben de steun-, beweeg- en beschermfuncties van de wervelkolom nog meer te lijden dan daarvoor.

De scheur kan vervolgens, afhankelijk van de voortgang van het proces, het vlies van de tussenwervelschijf doorbreken. Na het verlies van de inhoud in het wervelkanaal wordt het materiaal van de kern vastgehouden door de achterste longitudinale band. Er ontstaat een breuk in de tussenwervelschijf. Het uitsteeksel van de breuk is aanzienlijk – hij kan groter zijn dan de tussenwervelschijf zelf. Het proces kan doorgaan en zelfs leiden tot het losscheuren van de achterste longitudinale band. Het materiaal van de pulpa-kern kan het ruggenmerg aantasten, waardoor dat geïrriteerd raakt of ingedrukt wordt door de uitstulpende scheur, of de inhoud ervan die in het wervelkanaal terecht is gekomen. Ook de vaten die het ruggenmerg voeden kunnen ingedrukt worden, wat leidt tot een ischemische aantasting. Als de breuk of zijn sequesters terechtkomen in het gebied van het foramen intervertebrale, zal een van de ruggenmergzenuwen ingedrukt worden.

De ontwikkeling van een breuk levert een scherp klinisch beeld op dat bepaald wordt door het niveau van het aangetaste bewegende wervelsegment, de omvang en de lokalisatie van de materie die door de breuk is verdwenen en de mogelijkheid die langs het wervelkanaal af te voeren. Er doen zich zeer ernstige neurologische aandoeningen voor die ofwel veroorzaakt worden doordat een deel van het ruggenmerg zelf wordt ingedrukt, ofwel door het indrukken van de afferente vaten waardoor de bloedtoevoer belemmerd wordt. In minder ernstige gevallen kan de aantasting zich beperken tot één ruggenmergzenuw. Het is belangrijk op te merken dat de meeste gevallen van invaliditeit, veroorzaakt door osteochondrose van de ruggengraat, zich in dit stadium manifesteren.

Bij een goede behandeling met een regime van voldoende bedrust (het ontlasten van de ruggengraat) zal in de meeste gevallen de inhoud van de breuk in de fibrose worden opgenomen, waardoor de breuk aanzienlijk kleiner wordt en zijn protrusie in het wervelkanaal verdwijnt. Het indrukken van zenuwen of bloedvaten zoals boven beschreven neemt vaak substantieel af, of verdwijnt helemaal. En een relatief klinisch welbevinden wordt hersteld.

 

Het derde stadium van de ziekte wordt gekenmerkt door een steeds duidelijker klinisch beeld van het ziekteproces, de functies van de wervelkolom staan maximaal onder druk. De degeneratie van de tussenwervelschijf bereikt het derde stadium.

Nu wordt de volledige fibrose van de tussenwervelschijf bereikt, de blokkade van de tussenwervelgewrichten verandert van functioneel naar functioneel-organisch. Het uitzetten van benige structuren neemt toe. Het biomechanische gevolg van deze processen is vermindering van de overbeweeglijkheid in het beweeglijke wervelsegment. Dienovereenkomstig worden de klinische verschijnselen van de ziekte ook wat minder. De vierde fase van de ziekte breekt aan: de periode van fibrose van de tussenwervelschijf, waardoor de spondylose ontstaat.

In het laatste stadium van het proces - het stadium van osteofibrose van de tussenwervelschijf - neemt de osteofibrose toe, de osteofyten van de aangrenzende wervels groeien aan elkaar, waardoor een volledige organische blokkade optreedt van het type ankyloserende spondylo-artrose. Doordat de beweeglijkheid in het beweeglijke wervelsegment geheel ontbreekt, is het voor dit stadium van de ziekte kenmerkend dat de klinische symptomen niet zo uitgesproken zijn. De functies van de ruggengraat hebben weliswaar te lijden, maar in mindere mate dan in een eerder stadium. Het meest ondervinden de beweeg- en steunfuncties last, het minst de beschermende.

In het bijgaande schema van de pathogenese van degeneratieve aandoeningen van de wervelkolom, in het bijzonder osteochondrose, is de meeste aandacht besteed aan de biomechanische aspecten die naar ons inzicht een sleutelrol spelen.

Resumerend is het van belang te benadrukken dat in alle ontwikkelingsfases van het pathologische proces de belangrijkste biomechanische schakels zijn:

-          relatieve overbelasting van een of meer bewegende wervelsegmenten.

-          reflexmatige spierkramp van de paravertebrale musculatuur, meestal asymmetrisch, afnemende beweeglijkheid in het aangetaste segment en tegelijkertijd een fixatie van de wervels ten opzichte van elkaar.

-          blokkade in het aangetaste bewegende wervelsegment.

 

De werking van de auto-gravitatische couchette KVS-15 is in de eerste plaats op deze kettingreactie in de pathogenese afgestemd.

 

 


3. Werking van de couchette

 

De werking van de couchette op het lichaam wordt teweeggebracht door het ondersteunende, flexibele ligvlak, dat een gedoseerde strekking mogelijk maakt als het de juiste anatomische vorm en kromming van de ruggengraat heeft aangenomen.

 

Dat oppervlak bestaat uit rollen die overdwars veerkrachtig bevestigd zijn aan banden die in de lengterichting gespannen zijn en op twee plaatsen doorbuigen: richting hoofd (boven de lendenen) en richting voeten (onder de lendenen). Verder bestaat het ligvlak nog uit een hoofdsteun met verhoging onder de nek, en een steunvlak voor de onderbenen.

Onder het gewicht van het lichaam verschuiven de steunvlakken van de rollen in wisselwerking met het lichaam naar twee kanten van de lendenen af. Deze verschuiving bereikt via huid, bindweefsel en spieren ook de ruggengraat en brengt een strekking in lengterichting teweeg.

De hoofd- en beensteunen worden met parallellogram-mechanieken veerkrachtig en schuin oplopend aan de couchette bevestigd. De strekking van de ruggengraat kan worden versterkt door de hoofdsteun inclusief nekstuk - met het gewicht van het hoofd erop - te verschuiven (van de lendenen af) en door de beensteun –met benen erop – in tegengestelde richting te verschuiven.

 

 

 

1.             De patiënt met een aangetaste ruggengraat (rood aangegeven) neemt plaats op de couchette. De rug raakt het ligvlak nog niet aan.

 

 

 

2.  De rug van de patiënt is in aanraking met het ligvlak gekomen.

 

 

 

3.        Het gewicht van het lichaam begint te werken op het ligvlak van de couchette (autogravitatie). Onder invloed van deze krachten buigen de rollen, die de vorm van het lichaam volgen, door en strekken de ruggengraat.

 

 

 

 

4.        Deze strekking die 15 tot 40 minuten duurt, leidt tot herstel van de tussenwervelschijven en nemen de pijn van de ruggengraat weg (groen aangegeven)

 

 

 

 

Voor de juiste kromming van de ruggengraat bij de hals, en de strekking van de halswervels dient de veerkrachtig bevestigde hoofdsteun met de speciaal geprofileerde nekverhoging.

De verhoogde ondersteun onder het scheenbeen zorgt voor een gelijkmatige verdeling van de buig- en strekspieren in de knieën en de heupgewrichten, alsook voor ontlasting van de ruggengraat ter hoogte van de lendenen (door de opgetilde knieën) en geeft extra strekkracht ter hoogte van het heiligbeen.

 

De kracht van deze constructie is dat de strekking geschiedt bij een positie van de wervels die –en dat is de essentie- zoveel mogelijk overeenkomt met de natuurlijke kromming van de ruggengraat. Want dan volgt ook de strekking de lijn van die natuurlijke kromming. Dan treedt er tussen elk wervelpaar geen neerwaartse (neerbuigende) druk op en ontstaan er binnen elk van de tussenwervelschijven geen zones met ongelijkmatige, laat staan bovenmatige druk.

Als we kijken naar het effect op de ruggengraat van andere strek-methoden, uitgeoefend op een rechte ondergrond, of hangend aan een rekstok, dan zien we dat daar de ruggengraat belast wordt met extra buigspanning.

Het voordeel van deze constructie is dat de strekking gelijkmatig over de hele lengte van de ruggengraat verdeeld wordt. Er zijn geen delen die te veel of te weinig gestrekt worden, terwijl bij methodes met geforceerde strekking plaatselijk wel overstrekking kan ontstaan door tegenwerking van het spieraanhechtingsapparaat.

De constructie van de couchette maakt het mogelijk om het oppervlak zo af te stellen dat de vorm maximaal overeenkomt met de individuele maten van welke patiënt ook. De afstand tussen de rollen kan worden afgesteld op grond van de lengte en dienovereenkomstig de verdeling van het gewicht van de patiënt. Daardoor is de druk op zijn lichaam in liggende positie gelijkmatig en laag.

De juiste afstelling van het oppervlak van de couchette waarborgt een combinatie van een anatomisch doelmatige, individuele, ondersteunende vorm van de ruggengraat, een lage soortelijke druk op het lichaam aan de onderkant en een gelijkmatige, lichte strekking. Dat alles leidt tot een gevoel van welbehagen bij de patiënt die op de bank ligt en veroorzaakt een reflexmatige ontspanning van de paravertebrale rugspieren. Een geringe dosis strekking heeft al een groot profylactisch en genezend effect, waarbij het uitgesloten is dat de ruggengraat gedurende het proces geblesseerd raakt.

 

De stevige en flexibele rollen van het steunvlak zijn luchtdoorlatend en maken een warmtebehandeling mogelijk d.m.v. een warmtebron aan de onderkant van de couchette. Ook hebben ze een masserende functie d.m.v. een vibratiesysteem dat onder de couchette aangebracht kan worden. Het noodzakelijke niveau van vibratie wordt al bij een minimale afstelling van de vibrator bereikt.

Dit alles schept de unieke voorwaarde voor het herstel van de tussenwervelschijven en alle structuren van de ruggengraat en sluit traumatisering van welke aard dan ook gedurende het proces uit.             

               


4. Klinische indicaties en contra-indicaties bij het gebruik van de couchette KVS-15.

 

Bij de klinische indicaties en contra-indicaties zijn we uitgegaan van de classificatie van vertebrogene ziekten van het perifere zenuwstelsel van I.P. Antonov (1983,1984) met de aanvulling van V.S. Gojdenko en V.V. Suvak (1985).

 

4.1 Indicaties

 

Halsstreek

1. Cervicale hoofdpijn

            1.1 Trigeminus neuralgie

1.2 Pijn in de oogbollen

            1.3 Neuralgie van de nekzenuwen

1.4 Vaatstoornissen in het vertebralis-basilarisgebied, zoals  coördinatiestoornissen, hypothalamische stoornissen, gehoorproblemen (ruis of fluittoon in het oor, vermindering van het gehoor)

            1.5 Vaatstoornissen in het gebied van de a. carotis interna, zoals oogstoornissen (waas voor de ogen, exophthalmus, minder scherp zien, afname van de relatieve accomodatie enz.)

2.        Cervicalgie (bovenste, middelste, onderste)

3.        Cervicobrachialgie

3.1      Syndroom van de voorste trapeziusspier

3.2      Periarthtitis humero-scapularis

3.3      Epicondylitis

3.4      Styloïditis

3.5      Syndroom van Steinbrocker (schouder – handsyndroom)

3.6      Vaatspasmen van de bloedvaten in de handen

 

Borststreek

1.         Thoracalgie

             1.1 Intercostale neuralgie

             1.2 Costo-scapulair syndroom

             1.3 Syndroom van de voorste borstwand

             1.4 Cardialgie

             1.5 Pseudostenocardie

             1.6 Ischemische ziekte van het hart bij een vertebrocardiaal syndroom (chronische coronaire deficiëntie, stenocardie)

2.        Vegetatieve-vaatdystonie van het hypo- en hypertonische type

3.        Abdominalgie

               

Lendenen

 

1.  Lumbago

2.  Lumbalgie in licht en chronisch stadium

3.  Lumbosacrale neuralgie

4.        Lumboïschialgie en ischialgie in licht en chronisch stadium

4.1      Pyriformissyndroom

4.2      Artrose van het heup- en kniegewricht

4.3      Coccygodynie

4.4      Kuitkrampen

4.5      Calcaneodynie (hielspoor)

5.        Angiospasme van de bloedvaten van de voeten

 

Orthopedische aandoeningen

 

1.        Beperkingen in het bewegen van alle delen van de wervelkolom

2.        Scoliotische houding bij kinderen

3.        Scoliose in het 1e en 2e stadium bij kinderen van 3-14 jaar.

 

De couchette KVS-15 kan het best ter correctie aangewend worden bij lichte of matige symptomen van een aandoening in een stationair, recidiverend of regressief stadium van het proces. Het effectiefst is de behandeling in een stadium van remissie van de ziekte, zelfs als er geen waarneembare klinische verschijnselen zijn. In dat geval dient de bank ter voorkoming van het ontwikkelen van klinische syndromen en het voortschrijden van de ziekte (de overgang van het ene stadium naar het volgende, zie hoofdstuk 2, voorkómen van een breuk in de schijf e.d.) Om die reden is het ook aan te bevelen de correctie toe te passen in een pre-klinisch, of pre-morbide stadium.

Het verdient aanbeveling de couchette KVS-15 aan te wenden vóór een behandeling van de ruggengraat door een manueel therapeut (biodynamische correctie).

De couchette KVS-15 kan ook heel zinvol gebruikt worden na intensieve en langdurige belasting om de vermoeidheid van de spieren weg te nemen, in het bijzonder van de lange rugspieren en de paravertebrale musculatuur.

 

4.2. Contra-indicaties.

 

We willen hier benadrukken dat in de loop van het testen en verder ontwikkelen van de couchette geen serieuze complicaties zijn gesignaleerd. Maar dankzij de kennis van de biomechanische kenmerken van de pathogenese van degeneratieve aandoeningen van de ruggengraat en het correctiemechanisme van de bank, kunnen wij toch een hele reeks contra-indicaties formuleren. De lijst van contra-indicaties is langer dan het reële risico voor de gezondheid door toedoen van de couchette KVS zou opleveren, maar we willen geen enkel risico nemen als het gaat om de bescherming van de gezondheid van de patiënt.

De hieronder opgenomen contra-indicaties zijn in twee hoofdgroepen te verdelen:

1.        absolute, waarbij gebruik van de couchette ten strengste wordt afgeraden en

2.        relatieve, waarbij de bank pas gebruikt mag worden na goedkeuring van een neuroloog of orthopeed.

Het is aan te bevelen de eerste paar correcties uit te voeren onder toezicht van ervaren medisch personeel.

 

Absolute contra-indicaties

Contra-indicaties, als gevolg van degeneratieve aantasting van de wervelkolom

1. Osteochondrose van de ruggengraat in het 3e stadium met:

1.1 Sequestratie van een breuk in een tussenwervelschijf

De diagnose van een breuk in de tussenwervelschijf en zijn sequestratie wordt gesteld op grond van klinische kenmerken en röntgenfoto’s: een aanzienlijke inkrimping van de tussenwervelschijf en een duidelijke asymmetrie van de tussenwervel-‘spleet’ in combinatie met uitgesproken klinische syndromen die getuigen van ofwel het uitdrijven van een aanzienlijke massa van de schijf uit de tussenwervelruimte (fragmentaties), ofwel van fibrose van de schijf.

1.2 Myelopathieën van de schijf

1.3 Perifere paresen (plegia) van de spieren van de ledematen, aantasting van de functie van de bekkenorganen

1.4 Andere spinale en vasculo-spinale syndromen (spasmen van de spinale slagader, chronische myelopathieën met syndromen van de voorhoorns, zijkolommen enz.)

1.5     Occlusie van de wervelslagaders

 

Contra-indicaties, als gevolg van andere ziektes van de patiënt

1.        Specifieke of niet-specifieke infecties van de wervelkolom (tuberculose, spondylitis, osteomyelitis)

2.        Ernstige en minder ernstige ontsteking van het ruggenmerg en zijn vliezen (myelitis, meningitis)

3.        Ernstige traumatische beschadiging van de wervelkolom of ruggenmerg

4.        Scoliose voorbij de 2e graad van de kromming van de wervelkolom

 

 

                Relatieve contra-indicaties.

1.   Osteochondrose van de ruggengraat in het 3e stadium met een breuk in de

      tussenwervelschijf en een gescheurde annulus fibrosus

3.        Na een operatie aan de ruggengraat (spondylodese, discotomie, laminectomie e.a.)

4.        Atrofie van de spieren in de ledematen

5.        Massieve an- en hyperesthesie

6.        Reumatoïde artritus

7.        Servicobrachialgie met torti collis

8.        Alternerende scoliose

9.        Spondylose voorbij het 2e stadium

10.     Tumoren in de ruggengraat of ruggenmerg

11.     Assimilatie van atlas en epistropheus

12.     Ziekte van Bechterev

13.     Instabiliteit van de wervelsegmenten in het 3e stadium (spondylolistesis, spondylotische spondylolistesis)

 

Behandeling met de couchette KVS-15 bij relatieve contra-indicaties mag alleen plaatsvinden in strikt individuele gevallen door een erkende, ervaren arts. (eigenlijk staat er: door een ervaren arts die vast verbonden is aan een ziekenhuis)

 


5. Beschrijving van de constructie

 

De constructie van de couchette bestaat uit drie basisonderdelen: middendeel, de constructie van de hoofdsteun, en die van de beensteun. Het zij- en het bovenaanzicht van de couchette in uitgeklapte staat vindt u op tekening 1 en 2.

 

Het middendeel van de couchette bestaat uit de zijkanten van het frame 1 met aan de onderkant sleuven in lengterichting, die onderling verbonden zijn door vier stangen: twee centrale 2, de hoofdstang 3 en de voetenstang 4. Tussen stang 3 (hoofdeinde) en stang 4 (voeteneind) worden de twee elastische banden 5 in het rond gespannen. Op die banden worden overdwars de rollen 6 vastgemaakt die de basis vormen voor de ondersteunende werking van het ligvlak voor de rug van de patiënt (het systeem van die banden met rollen is duidelijk afgebeeld). Bovenop de zijkanten van frame 1 worden de armsteunen 7 gemonteerd, aan de onderkant opzij de verstelbare poten 8. Voor de montage van de hoofdsteun is aan het hoofdeinde van de zijkanten van het frame een constructie van geleiders gemaakt, die bestaat uit twee paar consoles 9 en 10 die met elkaar verbonden zijn door de verbindingsstaven 11. Deze constructie vormt een parallellogram, die tegen doorbuigen wordt behoed door de schuine verbinding 12 (waarvan de andere kant stevig vastzit), en door hem vast te zetten in de lange sleuven van de zijkanten van frame 1 met behulp van twee hoekijzers 13 en de klemringen met vleugelmoeren 14.

 

De assemblage van de hoofdsteun (zie tek. 1- 4) bestaat uit twee geleiders 15 met sleuven in de lengterichting aan de zijkant, met elkaar verbonden door twee stangen 16. Op die stangen 16 zijn met een scharnierconstructie twee paar schuine verbindingen 17 bevestigd, waarvan de bovenkanten scharnierend bevestigd zijn aan hoofdsteun 18. De veerkracht van de installatie van de hoofdsteun ontstaat door een mechanisme van twee verbindingen 19, de rubber band 20 en de stelbare diagonale verbinding 21.

De constructie van de hoofdsteun wordt aan het middendeel bevestigd met twee asverbindingen 22 en twee boutverbindingen met vleugelmoeren 23: de fixator tegen verschuiving van het hoofdsteunmechaniek in de lengte.

De assemblage van de beensteun (zie tek. 1,2,5,6) bestaat uit de twee geleiders 24 met sleuven in de lengterichting aan de zijkant, met elkaar verbonden door twee stangen 25. Op de stangen 25 zijn met een scharnierconstructie twee paar schuine verbindingen 26 bevestigd, waarvan de bovenkanten scharnierend bevestigd zijn aan beensteun 27. De veerkracht van de installatie van het beenstuk wordt mogelijk gemaakt door het mechanisme van de twee verbindingen 28, de rubber band 29 en de stelbare diagonale verbinding 30.

Het beensteunmechaniek wordt aan het middendeel bevestigd met twee consoles met vleugelmoeren 31, die vastgemaakt zijn in de lange onderste sleuven van de zijkanten van frame 1, en de dwarse steunen 32 die aan de poten 8 vastgemaakt zijn en waarop de geleiders 24 liggen.


6. Afstellen van de constructie van de couchette

 

6.1 Afstellen van de hoofdsteun

 

De afstelling van de hoofdsteun kan op twee manieren geschieden.

 

De eerste methode is afgebeeld op tek. 7. Afstellen in lengterichting volgens de eerste manier geschiedt door het hoofdsteunmechaniek te verschuiven ten opzichte van de geleiders d.m.v. de asverbindingen 22 en 23, waarbij het parallellogram-mechaniek, dat door de twee consoles 9 en 10 gevormd wordt, op zijn plaats blijft. Klem 14 dient daarbij vast te zitten. Om te kunnen schuiven moet vleugelmoer 23 eerst losgedraaid worden en na de benodigde verschuiving weer vastgezet door hem tegen de klok in te draaien.

De verticale afstelling van de hoofdsteun volgens deze eerste methode geschiedt door verschuiving van de vleugelmoer 33 langs het draadeinde 34. Bij de verschuiving van de vleugelmoer 33 in verlengende richting op het draadeinde 34, gaat de hoofdsteun omhoog, bij verschuiving in verkortende richting omlaag. Bij het afstellen komen de verbindingen 17 onder een schuine hoek te staan.

Bij een verticale verschuiving van de hoofdsteun vindt ook een zekere verandering in lengterichting plaats waar rekening mee gehouden moet worden.

 

De tweede methode om de hoofdsteun af te stellen is afgebeeld op tek. 8. Deze instelling geschiedt door te draaien aan het parallellogram-mechaniek dat door de twee consoles 9 en 10 gevormd wordt. Om dat voor elkaar te krijgen moet de fixator 14 losgedraaid worden. Het effect op de dwarsverbinding 35, die de onderkanten van de consoles 9 met elkaar verbindt, brengt de verschuiving teweeg. Na de verschuiving moet de fixator 14 in de nieuwe positie vastgezet worden. Bij deze manier van afstellen verandert de hoek van de verbindingen 17 niet.

 

6.2 Afstellen van het beenstuk

 

Afstellen van het beenstuk in lengterichting geschiedt door de hele constructie ten opzichte van het middendeel van de couchette te verschuiven (tek. 9). Hiervoor moeten de vleugelmoeren 31 losgedraaid worden, en in de nieuwe positie weer vastgedraaid.

Om het beenstuk in hoogte te stellen moet de verbindingsstangen 36/30 verplaatst worden die aan de twee schuine koppelingen bevestigd zijn. De verbindingsstangen 30/36 zijn aan de ene kant vastgezet met de moeren 37, en aan de andere kant met de vleugelmoeren 38. Voor het verschuiven van de verbindingsstangen moeten eerst de vleugelmoeren 38 losgedraaid worden en daarna kunnen m.b.v. de twee moer- vleugelmoercombinaties 37 – 38 de verbindingsstangen 30/36 in een nieuwe positie gebracht worden. In deze nieuwe positie worden de verbindingsstangen 30/36 met de vleugelmoeren 38 vastgezet. Bij het verschuiven van de moeren 37 en 38 moet erop gelet worden dat de verbindingsstangen 30/36 niet al te scheef komen te staan. Daarom moet de lengte van de verstelbare, buigzame verbinding 39 en de gespannen rubberen band 29 hetzelfde blijven. Er moet rekening mee gehouden worden dat bij het afstellen van het beenstuk in de hoogte, hij ook in de lengte enigszins zal verschuiven.

 

6.3 Beginafstelling van de veerkracht van de installatie van het beenstuk

 

Ter verhoging van de weerstand tegen het zakken van het beenstuk, kunnen de verbindingsstangen 30/36 verschoven worden door de vleugelmoeren op de achterste consoles naar buiten te draaien. Voor de aanpassing aan de nieuwe toestand moet vervolgens de overgang van de buigzame verbinding 39 losgemaakt en opnieuw korter vastgezet worden.

Als men de weerstand wil verlagen, moeten de vleugelmoeren naar binnen gedraaid worden, en de overgang van de buigzame verbinding 39 losgemaakt en wat verder weer vastgezet worden.


7. Werking van de constructie van de couchette

 

 

Nadat de patiënt op de couchette is gaan liggen, begint zijn gewicht te werken op de steunvlakken: de rollen 6 (zie tek. 10), de hoofdsteun 18 (zie tek. 11) en de beensteun 27 (zie tek. 12).

 

Werking van steunconstructie van de dwars gemonteerde rollen

 

Elk van de rollen 6 (tek. 10) wordt door een tweetal beugels 40 in gaatjes op de aangespannen banden 5 bevestigd. Dit leidt tot een veerkrachtige reactie van de aangespannen banden (M el.i) op de schuine stand van de rollen. De kracht van de strekking op elk segment van het lichaam, geschiedt als volgt. De reactie op de verticale werking van het gewicht van een segment van het lichaam (R segm.i) wordt veroorzaakt door de beginstand van de beugels 40 en resulteert in R segm.i.sinDoor deze reactie wordt rol 6 weggeduwd van het

midden waardoor de romp van de patiënt gestrekt wordt. De strekking van de romp roept een tegenreactie op van het lichaam (R react.t.i). Bovendien treedt er bij een nog verdere doorbuiging van de rol (i) een veerreactie op van de aangespannen banden 5 op deze doorbuiging (M el.i).

De momentopname van de totale wisselwerking op het lichaamssegment ziet er in een vergelijking zo uit:

 

 

Via de huid en de spieren wordt de rek doorgegeven aan de ruggengraat. Afhankelijk van de mate van strekking verandert de verhouding van de samenstellende delen van de vergelijking.

 

Werking van de hoofdsteun

 

De werking van de hoofdsteun geschiedt als volgt. Onder het gewicht van het hoofd vindt een horizontale reactie plaats en de hoofdsteun 18 (zie tek. 11) begint zich te verplaatsen van het middelpunt af met als gevolg dat het parallellogram-mechaniek dat door de verbindingen 17 wordt gevormd, meedraait. Door dat verdraaien wordt de rubber band 20 aangespannen, waarop het lichaam zich inspant om aan die strekking weerstand te bieden. Deze twee samenstellende delen van de vergelijking vormen een tegenwicht tegen de horizontale reactie, die door het gewicht van het hoofd teweeg is gebracht. Afhankelijk van de mate van strekking van de hals- en boven de borst gelegen delen van de ruggengraat (strek.) verandert de verhouding van de aangegeven krachten.

 

Werking van de beensteun

 

De beensteun werkt als volgt. Onder het gewicht van de benen vindt door de schuine stand van de verbindingen 26 (zie tek. 12) een horizontale reactie plaats en de beensteun begint zich te verplaatsen van het middelpunt af met als gevolg dat het parallellogram-mechaniek, dat wordt gevormd door de verbindingen 26, meedraait. Door dat verdraaien wordt de rubber band 29 aangespannen, waarop het lichaam zich inspant om aan die strekking weerstand aan te bieden. Deze twee samenstellende delen vormen een tegengewicht tegen de horizontale reactie, die door het gewicht van de benen teweeg is gebracht. Afhankelijk van de mate van strekking van de onderste delen van de ruggengraat (Cstrek.) verandert de verhouding van de aangegeven krachten.

Alles bij elkaar zorgen de drie genoemde groepen van strekmechanismen voor een gelijkmatige strekking van de hele ruggengraat.

 


8. Inklappen van de couchette ten behoeve van transport

               

               


9. Uitklappen van de couchette na transport

               

 


10. Technische kenmerken van de couchette

               

De couchette is bedoeld voor mensen met een gewicht tot 120 kg en garandeert een stabiele positie op de grond.

De couchette weegt 23 kg.

Er kunnen mensen op liggen met een lengte van 1.20 m tot 2.20 m.

Bereik van de afstellingen:

-          van de hoofdsteun langs de lengteas (vanaf het middelpunt, langs de maximale doorzakking bij de hals-lordose – 360 tot 670 mm.

-          van de hoofdsteun in hoogte – 40 mm (+40 mm voor het draaien van de consoles bij de installatie van de hoofdsteun)

-          van de beensteun langs de lengteas van de couchette (vanaf het middelpunt tot het eind van de beensteun) – 720 tot 1120 mm

-          van de beensteun in hoogte – 30 mm

Veerkrachtige verschuiving van de hoofdsteun langs de lengteas van de couchette – 30 mm (onder een gewicht van 8 kg)

Veerkrachtige verschuiving van de beensteun – niet minder dan 65 mm.


 

Afmetingen van de couchette KVS-15 in uitgeklapte staat

 


 

Afmetingen van de couchette KVS-15 in ingeklapte (transport) staat

    

 


Varianten in de opstelling van de couchette KVS-15 met poten van verschillende lengte

hoofdvariant (nr.2)


11. Afstellen van de couchette op grond van de maten van de gebruiker

 

De afstelling van de couchette op grond van de maten van degene die erop ligt is van belang om een optimaal comfort te bewerkstelligen voor de gebruiker, en om een fysiologisch zo doelmatig mogelijke vorm van de ruggengraat te krijgen. De afstelling geschiedt door het steunverlenende oppervlak van de couchette aan te passen op de volgende manier:

a) verschuiving van de hoofdsteun langs de horizontale as van de couchette;

b) verschuiving van de beensteun langs de horizontale as van de couchette;

c) afstelling van de positie van de hoofdsteun in hoogte

d) afstelling van de spanning van de rekbanden

 

 Verschuiving van de hoofdsteun langs de horizontale as van de couchette dient om het hoofd van ieder individu goed op de hoofdsteun neer te leggen. De nek moet een gelijkmatige steun ondervinden van het verhoogde nekstuk. Deze afstelling dient heel zorgvuldig uitgevoerd te worden.

Op de tekening is aangegeven hoe de hoofdsteun onder het hoofd moet liggen (A).

Bij een juiste afstelling zal de patiënt zich over zijn hele lichaam comfortabel voelen.

Het is van het grootste belang, dat de patiënt zo op de bank wordt gelegd dat de as in het midden van de bank precies tegen het punt van de maximale lordose van de ruggengraat (ter hoogte van de lenden) komt te liggen.

 

Verschuiving van de beensteun langs de horizontale as van de couchette dient om de onderbenen van de patiënt precies goed op de beensteun te leggen. Één uiteinde van de steun moet in de knieholte geplaatst worden, de andere kant moet vóór de hielen eindigen.

Op de tekening is aangegeven hoe de beensteun moet liggen (B).

 

Afstelling van de positie van de hoofdsteun in hoogte dient om het hoofd op de juiste manier op de hoofdsteun te leggen, en is afhankelijk van de mate van kromming van de ruggengraat boven de borst en in de halsstreek. De afstelling geschiedt m.b.v. de twee vleugelmoeren. Bij een juiste afstelling mag de kin niet tegen de borst liggen of, andersom, het hoofd niet naar achteren knikken. Het hoofd moet helemaal kaarsrecht op de hoofdsteun liggen.

 

Afstelling van de spanning van de lange rekbare banden, waarop de rollen die het steunvlak vormen zijn bevestigd, hangt af van de mate dvan uitrekking van die banden door het gebruik van de bank.

De banden worden gespannen door gebruik te maken van de eigenschap van het toegepaste materiaal: het krimpt nadat het met water is besprenkeld.

Verandering van de spanning kan ook teweeggebracht worden door de bout aan de uiteinden, die de band tot een ring maakt, los te draaien, een of beide uiteinden aan te trekken en opnieuw met de bout weer vast te zetten.

 


12. Aanbevelingen bij het gebruik van de couchette

 

Wanneer een patiënt niet goed op de couchette wordt neergelegd kan dat een negatief effect hebben, en in enkele gevallen tot verslechtering van de gesteldheid van de gebruiker leiden. Om dit te vermijden moeten aan de drie volgende essentiële voorwaarden worden voldaan:

a) de middensteun van de bank moet precies tegen het punt van de maximale lumbale lordose van de ruggengraat (bij de lendenen) gelegd worden,

b) de hoofdsteun moet zo afgesteld worden dat het verhoogde gedeelte precies op de plek van de maximale cervicale lordose terechtkomt,

c) de onderbenen moeten zo op de beensteun gelegd worden dat de hielen uitsteken.

Aan de eerste voorwaarde wordt voldaan wanneer bij het neerleggen van de patiënt op de couchette de volgende procedure wordt toegepast:

 

 

Om aan de tweede voorwaarde te voldoen moet de patiënt, vóór hij op de bank gaat liggen, opgemeten worden. Het gaat hierbij om de afstand tussen de maximale lumbale en de maximale cervicale lordose. Daarna wordt de hoofdsteun zo afgesteld dat de afstand tussen het midden van de nekverhoging en de middenas van de couchette overeenkomt met de maat van de patiënt (afstand A). Men moet er rekening mee houden dat door de druk van het hoofd de hoofdsteun zal verschuiven van de middenas af met ongeveer 10 mm.

De patiënt moet in de volgende volgorde op de couchette gaan liggen:

1. plaats nemen midden op de couchette (dus niet op de rand), tussen de middenas en de

    tweede (billen)rol.

2. nog zittend en leunend op de armsteunen, langzaam draaien en de onderbenen op de

    beensteun leggen.

3. nog steeds leunend op de armsteunen, de romp langzaam op de couchette neervlijen, en eenmaal liggend de positie corrigeren zodat het punt bij de lendenen waar de kromming van de ruggengraat maximaal is precies tegen het middelpunt van de bank ligt.

Tenslotte moet de patiënt symmetrisch t.o.v. de lengteas op de couchette liggen, de armen moeten vrij langs het lichaam op de armsteunen liggen. Hij moet zich behaaglijk voelen op de bank en een lichte spanning van de buikspieren ervaren.

Het beste resultaat van de strekking wordt bereikt als de patiënt minimaal gekleed is. Het verdient aanbeveling de patiënt te bedekken met een laken of een deken om de warme luchtstroom van de ventilator vast te houden. De ventilator kan het beste ongeveer 5 minuten voor het beëindigen van de behandeling uitgezet worden.

Het beste resultaat van de couchette wordt bereikt bij een zo groot mogelijke ontspanning van alle spieren van het lichaam. Bij gebruik voor profylactische doeleinden wordt een behandeling van 20 tot 30 minuten aanbevolen. Voor medisch gebruik wordt de duur van de behandeling en de frequentie bepaald door behandelende specialist.

Door behandeling op de couchette wordt de hydratatie van de tussenwervelschijven geactiveerd en nemen ze in omvang toe. Als gevolg daarvan wordt de ruggengraat en daarmee de mens langer. De kromming van de ruggengraat wordt weer normaal.

 

Verandering van de lengte van de patiënt na een séance van 15 minuten op de couchette

Lijn van de ruggengraat voor en na de behandeling

 

Cumulatieve frequentie van het langer worden van de ruggengraat

 

 

Er zijn gevallen bekend van een verlenging van de ruggengraat na één behandeling van 40 mm. Bij regelmatig gebruik van de couchette blijft die toegenomen lengte gehandhaafd.

Om de geringste kans op beschadiging van het weefsel van de tussenwervelschijven te vermijden, moet de patiënt na een behandeling voorzichtig en gelijkmatig van de bank omhoog komen, steunend op de rand van de couchette en de armsteunen.

Tot ongeveer een uur na de behandeling moet de patiënt zich rustig houden en schokkende bewegingen van hoofd en romp vermijden, evenals zwaar tillen.

 

Couchettes van het type KVS hebben met succes de keuring door medische instanties van het Ministerie van Gezondheid, de Academie van Wetenschappen en het Ministerie van Defensie doorstaan. Bij wijze van voorbeeld geven we hier de resultaten van zo’n keuring op het (met afkortingen genoemd) **** Revalidatiecentrum:

“ De tractie-couchette KVS voor individuele zelfcorrectie van de ruggengraat en vertebrogene aandoeningen heeft de keuring op het ‘Diagnostiek - revalidatiecentrum ****’ goed doorstaan.           

De couchette KVS brengt een onschadelijke fysiologische tractie teweeg van alle delen van de wervelkolom, met inachtneming van de individuele belastbaarheid van de segmenten van het lichaam van de patiënt. De passieve kracht van de strekking is afhankelijk van het gewicht van de patiënt, en bepaalt de optimale vertebrale tractie, waarbij overstrekking van het spier- en bindspierapparaat is uitgesloten.

Aan het onderzoek op het ‘Diagnostiek - revalidatiecentrum’, dat liep van maart 1994 tot april 1995, hebben 148 patiënten deelgenomen. Analyse van de resultaten levert een beeld op van grote effectiviteit van de onderzochte methode, zowel op zichzelf beschouwd, als in het geheel van andere medische tractie-methodes zoals biodynamische correctie, manuele therapie, diverse soorten massage, bio-energetische therapie, reflexologie en fysiotherapie, autogene training e.a.

Het wetenschappelijke onderzoek ‘Grondslagen van het complexe systeem van medisch handelen bij de diagnostiek en correctie van de eerste verschijnselen van osteochondrose en vertebrogene aandoeningen bij vliegpersoneel –1994’, dat op de basis van het Diagnostiek- revalidatiecentrum is uitgevoerd, en gewijd is aan de bestudering van de mechanismen die ertoe leiden dat biomechanische veranderingen door toedoen van de couchettes ‘KVS’ ongedaan worden gemaakt, benadrukt de therapeutische betekenis van de resultaten (in 84% van de gevallen wordt een positieve dynamica opgemerkt),wat geverifieerd kan worden met de gegevens van een computer-diagnostisch centrum.

                        CONCLUSIE: Alle testen en keuringen van de couchette KVS hebben overtuigend de grote effectiviteit aangetoond bij de behandeling van patiënten die lijden aan vertebrale ziektes, wat samenhangt met de onmiddellijke werking van de couchette op de pathogenetische mechanismen van de degeneratieve ziektes van de wervelkolom door het effect van spannen-ontspannen.”

 


 

 

 

Voorbeeld van de resultaten van een eenmalige sessie op de couchette, geregistreerd door een computer-diagnostisch centrum (links vóór de behandeling, rechts erna) van een patiënt met een functionele beschadiging van de ruggengraat.

 

 

 

Voorbeeld van een behandeling op de couchette van een patiënt met een pre-pathologische beschadiging van de ruggengraat. (links vóór de behandeling, rechts erna).


13. Wettelijke aansprakelijkheid van het artikel

 

13.1 Verkeerd gebruik

Tot verkeerd gebruik wordt gerekend: gebruik in situaties waarin het artikel wordt aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor het bestemd is. Zoals:

-          gebruik van het artikel in omstandigheden, waarin aanzienlijke schade toegebracht kan worden;

-          gebruik van het artikel op een ongeschikt of ongelijkmatig oppervlak;

-          gebruik van het artikel bij te hoge of te lage temperatuur (minimaal -15 C , maximaal +35 C.);

-          bewerking van het artikel met agressieve stoffen.

-          belasting van het artikel door er met een klap een zwaar voorwerp op te zetten

-          aanbrengen van veranderingen in de constructie zonder toestemming van de producent.

 

13.2 Onderhoud en nazorg

Onderhoud van het artikel dient regelmatig gepleegd te worden, en houdt in: vuil en stof verwijderen, vastzetten van losgeraakte verbindingselementen. Bij het schoonmaken mogen geen middelen gebruikt worden die schadelijk zijn voor de toegepaste materialen.


14. Garantie

 

De garantieperiode van de exploitatie van de couchette is 12 maanden vanaf het moment van ontvangst door de besteller.

Gedurende de garantieperiode zal de fabrikant-producent het apparaat of delen ervan gratis repareren, of vervangen indien reparatie niet mogelijk is, op voorwaarde dat de gebruiker de regels in acht heeft genomen met betrekking tot transport, onderhoud en exploitatie, en het ontbreken van uitwendige mechanische beschadigingen.

Versleten delen van het apparaat vallen niet onder de garantie.

 

 

 

 

 

 

Datum van ingang van de garantieperiode: 3 december 2004

 

 

 

 

Handtekening van de verkoper:

 

 

 

 

 

Handtekening van de koper:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vertaling: Adinka Tellegen